TONEEL
De violist bespeelt viool. De Saxofonist, sax. De zanger, zijn stembanden.
Waarmee speelt de acteur? Zijn instrument is … zijn eigen lichaam, zijn gebaren, zijn emoties, zijn vijf zintuigen, zijn stem … , zichzelf.
De prestatie van de acteur vindt plaats in de ruimte maar ook, zoals muziek, in de tijd. Zoals iedere instrumentalist, speelt de acteur op dynamische en ritmische variaties, hij diversifieert de emotionele intensiteiten, verhoogt of verlaagt zijn tempi, doseert zijn stiltes, kortaf, harmoniseert zijn “ momenten ”. Dan wordt hij de instrumentalist van zijn eigen instrument.
“ Wanneer ik beginnelingen vorm, begin ik met hen zelfvertrouwen op de scène te leren. Zij zien dan vlug dat hun angsten en verlegenheid voor 90% te wijten zijn aan kleine misverstanden met de scène .
Het is dan voldoende deze misverstanden te doen verdwijnen.
Vooral de beginnelingen laten voelen:
- Alvorens ook iets op de scène te doen of niet, zij een schat bezitten dat het publiek graag ziet: gewoon hun aanwezigheid ;
- Dat het publiek of de animator hun persoon niet beoordeelt maar het geen zij uiten, ontvangt.
- Dat op de koortsige vraag: “ wat verwacht men van mij? “, het antwoord luidt: “ jezelf ”;
- En vooral, vooral, dat de lichamelijke activiteit het hoofd ledigt van al zijn twijfels!
De technische perfectionering komt daarna, voor degenen die verder wensen te gaan. Maar vertrouwen – kalmte – verbinding kunnen vlug aangeschaft worden; de beginnelingen zijn dan bekwaam zich op de scène te plezieren – en het publiek te plezieren! ”.
Pierre-Olivier Ferry
|